Het Cancun-arrest: vennootschappelijk belang, joint ventures en de informatieplicht bij aandelenoverdracht
Wat is het belang van de vennootschap bij een joint venture? En mag een aandeelhouder stilzwijgend zijn aandelen overdragen zonder zijn medeaandeelhouder te informeren? De Hoge Raad beantwoordde deze vragen op 4 april 2014 in het befaamde Cancun-arrest (ECLI:NL:HR:2014:804, Inversiones c.s./Cancun Holding I c.s.). Het arrest is een mijlpaal in het Nederlandse ondernemingsrecht en bepaalt tot op de dag van vandaag hoe bestuurders en aandeelhouders in joint ventures moeten opereren.
De feiten: een hotel in Cancun, twee families en een verstoorde balans
Holding I (toebehoren aan een Nederlandse familie) en Inversiones (toebehoren aan een Spaanse familie) hielden elk 50% van de aandelen in Cancun Holding II B.V. (hierna: 'de Vennootschap'), die op haar beurt een hotelcomplex in Cancun, Mexico exploiteerde via de Mexicaanse dochtervennootschap Efesyde S.A.
De problemen ontstonden in twee stappen:
Stap 1: de eerste verwatering
Inversiones had vanwege installatiewerkzaamheden aan het hotel een vordering van ruim USD 14,5 miljoen op Efesyde. Banco Sabadell, de financier van Efesyde, stelde als voorwaarde voor aanvullende financiering van USD 12 miljoen dat deze vordering binnen 15 dagen van de balans van Efesyde moest verdwijnen — anders zou ook de bestaande syndicaatslening van USD 60 miljoen direct worden opgeëist.
Om dit te voorkomen, kwamen Inversiones en Holding I overeen dat Efesyde nieuwe aandelen zou uitgeven aan Inversiones, te volstorten door verrekening met de vordering. Hierdoor steeg het belang van Inversiones in Efesyde van 0% naar 78%, terwijl dat van de Vennootschap (Holding II) daalde van 99,9% naar 22%. Nadat Banco Sabadell de aanvullende financiering alsnog weigerde, wilde Holding I de oorspronkelijke verhoudingen herstellen. Inversiones werkte hier niet aan mee.
Stap 2: de tweede verwatering en heimelijke overdracht
De financier Invernostra had eerder een belang van 7% in de Vennootschap verkregen via conversie van een lening. Op 1 oktober 2009 droeg Invernostra haar aandelen stilzwijgend over aan Inversiones, waardoor Inversiones een meerderheidsbelang van 53,5% in de Vennootschap verkreeg. Holding I werd hierover niet geïnformeerd. De oorspronkelijke gelijkwaardigheid tussen de twee joint venture-partners was daarmee volledig doorbroken.
Vervolgens vond op 3 november 2009 een buitengewone aandeelhoudersvergadering van Efesyde in Mexico plaats, waarbij het belang van de Vennootschap verder verwaterde van 22% naar 0,13%. Holding I had geen kennis van deze vergadering en was niet verschenen.
De procedure: Ondernemingskamer en cassatie
Holding I stapte naar de Ondernemingskamer (OK) en verzocht een enquête naar het beleid en de gang van zaken bij de Vennootschap. De OK concludeerde tot wanbeleid op meerdere gronden:
- Het bestuur had de afspraken rondom de eerste verwatering onvoldoende vastgelegd en had de risico's niet onderkend.
- Inversiones en Invernostra hadden de aandelenoverdracht niet meegedeeld aan Holding I, in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Inversiones stelde dat bij een joint venture het vennootschappelijk belang samenvalt met het belang van de aandeelhouders. Alle aandeelhouders hadden immers ingestemd met de eerste emissie. De Hoge Raad verwierp dit betoog.
Het oordeel van de Hoge Raad: twee kernregels
Kernregel 1: vennootschappelijk belang bij een joint venture
De Hoge Raad herhaalt en verfijnt het algemene uitgangspunt:
Bestuurders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Indien aan de vennootschap een onderneming is verbonden, wordt het vennootschapsbelang in de regel bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van deze onderneming.
Bij een joint venture voegt de Hoge Raad een specifieke dimensie toe:
In geval van een joint venture-vennootschap wordt het belang van de vennootschap voorts bepaald door de aard en inhoud van de tussen de aandeelhouders overeengekomen samenwerking. De aard en inhoud van het samenwerkingsverband in een joint venture-vennootschap waarin de aandeelhouders een gelijkwaardig aandeel hebben, kunnen meebrengen dat (ook) het vennootschapsbelang is gebaat bij continuering van evenwichtige verhoudingen tussen de aandeelhouders; dit kan betekenen dat de verhoudingen tussen de aandeelhouders niet verder mogen veranderen dan in het licht van de omstandigheden geboden is.
Het vennootschappelijk belang is dus niet identiek aan het belang van de (meerderheids)aandeelhouder. In een gelijkwaardige joint venture omvat het ook het belang bij een evenwichtige aandeelhoudersverhouding.
Kernregel 2: informatieplicht bij aandelenoverdracht op grond van art. 2:8 BW
Een tweede fundamentele regel betreft de informatieplicht. De Hoge Raad oordeelt:
De zorgvuldigheidsverplichting van art. 2:8 BW kan meebrengen dat bestuurders — zelfs bij gebreke van een wettelijke of statutaire informatieplicht — gehouden zijn de aandeelhouders te informeren over een door een van de aandeelhouders beoogde aandelenoverdracht.
Met andere woorden: ook zonder statutaire blokkerings- of voorkeursregeling kan op basis van de redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 BW een informatieplicht bestaan jegens medeaandeelhouders.
Wat betekent dit voor de praktijk?
1. Leg joint venture-afspraken gedetailleerd vast
Het Cancun-arrest benadrukt dat het bestuur bij een joint venture een eigen verantwoordelijkheid heeft om de afspraken tussen aandeelhouders adequaat vast te leggen. Wie is bevoegd welk belang te verwerven? Tot welke omvang? Onder welke voorwaarden? Wat als de geplande financiering niet doorgaat? Al deze vragen moeten — liefst in een aandeelhoudersovereenkomst — worden geregeld vóórdat de samenwerking start.
2. Het vennootschappelijk belang is niet hetzelfde als het belang van de meerderheid
Bestuurders in een joint venture-vennootschap kunnen niet simpelweg handelen in het belang van de aandeelhouder die hen heeft benoemd. Zij zijn gehouden aan het eigen belang van de vennootschap, dat mede omvat de continuering van evenwichtige aandeelhoudersverhoudingen. Dit betekent ook dat instructies van een dominante aandeelhouder niet klakkeloos kunnen worden opgevolgd als daarmee de belangen van minderheidsaandeelhouders worden geschaad.
3. Informeer medeaandeelhouders bij een voorgenomen aandelenoverdracht
Een overdracht van aandelen in een joint venture-vennootschap zonder mededeling aan de andere aandeelhouder kan in strijd zijn met art. 2:8 BW. Dit geldt ook als de statuten geen blokkeringsregeling of voorkeursrecht kennen. Neem bij twijfel altijd contact op met de andere aandeelhouder voordat u een transactie sluit.
4. Enquêterecht als instrument bij joint venture-conflicten
Als een joint venture vastloopt en een aandeelhouder meent dat sprake is van wanbeleid, biedt het enquêterecht bij de Ondernemingskamer een krachtig instrument om onderzoek af te dwingen en voorzieningen te treffen. Het Cancun-arrest laat zien dat dit ook effectief kan zijn als de wederpartij betrokken is bij meerdere lagen van de vennootschapsstructuur.
5. Let op internationale structuren
In het Cancun-arrest speelde een Mexicaanse dochtervennootschap een centrale rol. Bij internationaal opererende joint ventures is het van belang te bezien welk recht van toepassing is op welke laag van de structuur en welke besluiten in welk land kunnen worden aangevochten.
Conclusie
Het Cancun-arrest (ECLI:NL:HR:2014:804) is een landmark-arrest in het Nederlandse ondernemingsrecht. De Hoge Raad verduidelijkt dat bij een joint venture het vennootschappelijk belang mede wordt bepaald door de aard en inhoud van de samenwerking tussen aandeelhouders, en dat het bestuur — ook zonder wettelijke of statutaire verplichting — op grond van de zorgvuldigheidsplicht van art. 2:8 BW gehouden kan zijn aandeelhouders te informeren over een voorgenomen aandelenoverdracht. Voor bestuurders en aandeelhouders in joint ventures biedt dit arrest zowel een waarschuwing als een richtsnoer.
Uitspraak
Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:HR:2014:804, beschikking van de Hoge Raad van 4 april 2014 (Inversiones c.s./Cancun Holding I c.s.).
Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?
Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →