Wanneer is uw bemiddelaar aansprakelijk voor uw financiële schade?
Door mr. Vincent Besters
De rol van de tussenpersoon in de ondernemerspraktijk
Ondernemers schakelen dagelijks tussenpersonen in: financieel adviseurs, bedrijfsadviseurs, belastingconsulenten of verzekeringsmakelaars. U vertrouwt op hun expertise, en terecht – u bent immers geen specialist op elk terrein. Maar wat als die tussenpersoon u verkeerd informeert, een risico over het hoofd ziet of cruciale informatie achterwege laat? Dan kunt u als ondernemer met aanzienlijke financiële schade achterblijven. De centrale vraag is dan: wanneer is die bemiddelaar aansprakelijk, en hoe vordert u vergoeding van uw schade?
De zorgplicht van de bemiddelaar
Een tussenpersoon is jegens zijn opdrachtgever gebonden aan een zorgplicht. Die zorgplicht vloeit voort uit de overeenkomst van opdracht (artikel 7:401 BW), op grond waarvan de opdrachtnemer verplicht is de zorg te betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in acht zou nemen. Dit is geen lichte norm. De tussenpersoon dient niet alleen de opdracht uit te voeren zoals letterlijk gevraagd, maar dient ook op eigen initiatief te waarschuwen voor risico's die hij als professional behoort te onderkennen.
Neem het volgende voorbeeld uit de praktijk. Een financieel adviseur begeleidt de verkoop van een onderneming. In het kader van die transactie adviseert hij over de structurering, zonder zijn opdrachtgever te wijzen op een specifieke fiscale clausule in de koopovereenkomst die bij een toekomstige reorganisatie kan leiden tot een aanzienlijke naheffing. De ondernemer tekent, de transactie wordt gesloten, en jaren later volgt een navorderingsaanslag. De adviseur had dit risico behoren te signaleren. Laat hij dit na, dan is er in beginsel sprake van een schending van zijn zorgplicht en daarmee een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht, dan wel een onrechtmatige daad.
Aansprakelijkheid voor toekomstige en latente schade
Een bijzonder aandachtspunt betreft de aansprakelijkheid voor schade die pas later manifest wordt, zoals een fiscale naheffing of een latent aansprakelijkheidsrisico dat pas jaren na de transactie tot uitdrukking komt. Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht biedt hiervoor ruimte: ook toekomstige schade is vatbaar voor vergoeding, mits de schade voldoende aannemelijk is en in causaal verband staat met de fout van de tussenpersoon. Daarbij geldt dat de rechter bij onzekerheid omtrent de omvang van de schade een schatting maakt, zoals volgt uit artikel 6:97 BW.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft in zijn arrest van 19 maart 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:860) de aansprakelijkheid van een financieel tussenpersoon bevestigd in een situatie waarbij onvolledige en onjuiste informatieverstrekking tot financieel nadeel bij de opdrachtgever had geleid. Het hof benadrukte dat de tussenpersoon niet alleen gehouden is de wensen van de opdrachtgever uit te voeren, maar ook een eigenstandige informatie- en waarschuwingsplicht heeft. Het nalaten van deze plicht kan – ook zonder opzet of grove schuld – tot volledige aansprakelijkheid leiden voor de schade die de opdrachtgever als gevolg daarvan lijdt.
Vrijwaring en schadevergoeding: hoe pakt u dit aan?
Als u als ondernemer schade lijdt door het handelen of nalaten van een tussenpersoon, staan u verschillende juridische wegen open. In de eerste plaats kunt u de tussenpersoon aanspreken op grond van wanprestatie (artikel 6:74 BW) of onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). U dient daartoe de fout, de schade en het causale verband aan te tonen. Schriftelijk bewijs, e-mailcorrespondentie, rapportages en adviesdocumenten zijn daarin cruciaal.
Indien de tussenpersoon betrokken was bij een overeenkomst met een derde partij – en u stelt dat hij daarin tekortschoot – kunt u tevens vrijwaring vorderen. Vrijwaring houdt in dat de tussenpersoon u schadeloos stelt voor aanspraken die derden jegens u instellen als gevolg van zijn fout. Dit speelt met name bij indirecte schade die via een contractuele keten naar u terugvloeit.
Praktisch bezien is het van belang dat u de tussenpersoon tijdig en schriftelijk in gebreke stelt, de schade zoveel mogelijk onderbouwt en documenteert, en aanvullend onderzoekt of er sprake is van beroepsaansprakelijkheidsverzekering aan de zijde van de tussenpersoon. De verjaringstermijn voor dergelijke vorderingen bedraagt in beginsel vijf jaar na bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon, maar dit verdient steeds een zorgvuldige beoordeling per geval.
Conclusie
De zorgplicht van een tussenpersoon reikt ver. Schending daarvan kan leiden tot aansprakelijkheid voor directe schade, maar ook voor schade die pas in de toekomst zichtbaar wordt. Als ondernemer doet u er goed aan bij financieel nadeel direct juridisch te laten beoordelen of en in welke mate uw adviseur of bemiddelaar daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden.
Heeft u vragen over bemiddeling of contractuele aansprakelijkheid?
Mr. Vincent Besters adviseert ondernemers over contractenrecht, bemiddelingsafspraken en aansprakelijkheidsvraagstukken. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →
Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?
Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →