Terug naar blogOndernemingsrecht

Dividenduitkering en de terugbetalingsverplichting: wanneer gaat het mis?

Mr. Vincent Besters3 september 2026
Dividenduitkering en de terugbetalingsverplichting: wanneer gaat het mis?

Dividenduitkering: leuk verdiend, of juist niet?

Je onderneming draait goed, de resultaten zijn positief en je besluit als aandeelhouder dividend uit te keren. Dat voelt als een verdiende beloning, maar er zit een belangrijke juridische kant aan deze medaille. Wat als achteraf blijkt dat de BV het geld eigenlijk nodig had om aan haar lopende verplichtingen te voldoen?

In dat geval heb je te maken met een onrechtmatige uitkering. De wet verplicht je dan om het ontvangen dividend terug te storten in de kas van de vennootschap. Een dergelijke situatie kan leiden tot pijnlijke discussies, zeker wanneer de liquiditeit van de onderneming in gevaar komt.

Wanneer is een dividenduitkering eigenlijk onrechtmatig?

Een BV mag niet zomaar dividend uitkeren. Op grond van artikel 2:216 BW moet het bestuur van de BV vooraf twee cruciale toetsen uitvoeren: de balanstest en de liquiditeitstest. De balanstest kijkt of het eigen vermogen na de uitkering nog toereikend is.

De liquiditeitstest is minstens zo belangrijk: kan de BV na de uitkering nog steeds aan haar opeisbare schulden voldoen? Indien de uitkering zorgt voor een tekort aan liquide middelen waardoor crediteuren niet betaald kunnen worden, is de uitkering onrechtmatig. Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur om deze toetsing deugdelijk te documenteren.

Wie moet onrechtmatig uitgekeerd dividend terugbetalen?

De wet bepaalt dat aandeelhouders die wisten of redelijkerwijs behoorden te weten dat een dividenduitkering onrechtmatig was, verplicht zijn deze terug te betalen. Deze regeling in artikel 2:216 lid 4 BW is bedoeld om schuldeisers en de continuïteit van de BV te beschermen.

In de praktijk komt de vordering tot terugbetaling vaak vanuit de curator bij een faillissement, of vanuit de BV zelf wanneer zij in financieel zwaar weer verkeert. De bewijslast ligt hierbij bij de aandeelhouder: jij moet aantonen dat je te goeder trouw was en niet kon weten dat de uitkering ten koste ging van de solvabiliteit of liquiditeit van de vennootschap.

Wat was er aan de hand in deze zaak bij de Rechtbank Amsterdam?

In de recente uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2026:2242 stond een dividenduitkering centraal in de context van een aandelentransactie. De verkoper van de aandelen had in januari 2024 dividend uitgekeerd, maar later bleek er een conflict te ontstaan met de koper over de toelaatbaarheid van deze onttrekking.

De koper vorderde terugbetaling van het dividend, met als argument dat dit een 'niet toegestane onttrekking' was onder de gemaakte afspraken in de koopovereenkomst. De kern van het conflict draaide om de vraag of de koper wist van de uitkering en of de waardering van de onderneming al rekening had gehouden met deze onttrekking, of dat de verkoper onrechtmatig had gehandeld door het dividend te onttrekken.

Het oordeel van de rechtbank

De Rechtbank Amsterdam oordeelde in dit geschil dat de verkoper het dividendbedrag moest terugbetalen. De rechter keek strikt naar de gemaakte afspraken in de Letter of Intent en de koopovereenkomst (SPA). Omdat daarin was vastgelegd dat er na de effectieve datum geen onttrekkingen zouden plaatsvinden, was de uitkering in strijd met het contract.

De rechtbank benadrukte dat commerciële partijen hun risico's moeten kunnen inschatten en dat de tekstuele uitleg van contracten bij professionele partijen zwaar weegt. Het verweer van de verkoper dat de koper al op de hoogte was of dat de prijs was aangepast, werd door de rechter niet geaccepteerd, omdat de contractuele afspraken simpelweg anders voorschreven.

Wat betekent dit voor jou als aandeelhouder of bestuurder?

  • Laat als bestuurder vooraf zorgvuldig de balanstest en liquiditeitstest uitvoeren vóór een dividenduitkering; documenteer de afweging.
  • Twijfel je aan de dekking van de uitkering? Neem dan geen onnodig risico en keer niet of slechts deels uit.
  • Houd als aandeelhouder in de gaten dat een te royale uitkering jou achteraf op een terugbetalingsverplichting kan komen te staan.
  • Bewaar bewijs van deugdelijke besluitvorming rond de uitkering, zodat bij een latere vordering je goede trouw aantoonbaar is.
  • Bij faillissement van de BV: wees erop voorbereid dat de curator dividenduitkeringen onder de loep neemt en teruggave vordert.
  • Schakel bij twijfel over de toelaatbaarheid van een uitkering direct een advocaat in; terugbetalingsverplichtingen zijn fors en goed advies voorkomt dure procedures.

Wat doe je nu?

Staat er een dividenduitkering aan de orde of word je als aandeelhouder of bestuurder aangesproken op een onrechtmatige onttrekking? Wacht niet af tot er een juridische procedure wordt gestart. Vroegtijdig juridisch advies helpt je om je positie te bepalen en onnodige terugbetalingsverplichtingen of kostbare rechtszaken te voorkomen.

Uitspraak

Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:RBAMS:2026:2242.


Vragen over dividenduitkering of terugbetaling?

Mr. Vincent Besters helpt u graag. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.

Neem contact op →

Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?

Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.

Neem contact op →

Vragen over dit onderwerp?

Neem vrijblijvend contact met ons op voor persoonlijk advies.

Upload tot 3 relevante documenten (max. 10MB per bestand)

Door dit formulier te versturen gaat u akkoord met de privacyverklaring.

Direct contact