Terug naar blogOndernemingsrecht

Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor verlieslatende concernstructuur: de Comsys-norm in de praktijk

Mr. Vincent Besters2 mei 2026
Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor verlieslatende concernstructuur: de Comsys-norm in de praktijk

Bestuurdersaansprakelijkheid in concernverband: een hoge drempel, maar niet onoverkomelijk

Binnen concernstructuren worden winsten en kosten vaak strategisch verdeeld over verschillende vennootschappen. Op zichzelf is dat toegestaan. Maar wanneer een vennootschap structureel verlieslatend wordt gemaakt ten gunste van andere groepsmaatschappijen, en schuldeisers daardoor achter het net vissen, kan de bestuurder persoonlijk aansprakelijk zijn.

Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde dit op 28 oktober 2025 in een opvallend arrest (ECLI:NL:GHAMS:2025:2851). Niet een curator, maar een minderheidsaandeelhouder en schuldeiser slaagde erin de bestuurder persoonlijk aansprakelijk te stellen — op drie afzonderlijke grondslagen.

De feiten: van aandelenverkoop tot verlieslatende 'verliesdochter'

Istia B.V. had in 2018 een controlerend aandelenbelang in Qlog B.V. — een transportstartup — verkocht aan Tow Invest B.V., onderdeel van een groep waarvan de DGA (appellant) enig aandeelhouder en bestuurder was. De koopprijs zou worden voldaan via een vergoeding per gereden kilometer: Qlog zou voortaan rijden voor de groep van appellant en de opbrengst gebruiken om de schuld aan Istia af te lossen. Tow Invest verstrekte daarvoor een borgstelling en garantie.

In de praktijk pakte het heel anders uit:

  • Qlog reed wel kilometers voor de groep, maar ontving geen kostendekkende vergoeding.
  • Vrachtwagens en personeel werden gaandeweg overgeheveld naar andere groepsmaatschappijen.
  • Qlog werd structureel verlieslatend, terwijl de inkomsten uit haar activiteiten naar andere groepsvennootschappen vloeiden.
  • Op de aflossingsdatum van 1 februari 2020 was er niets betaald.
  • Toen Istia verhaal zocht op Tow Invest (op grond van de borgstelling), bleek die vennootschap leeg en inmiddels geliquideerd.
  • Kort daarna vroeg Tow Invest het faillissement van Qlog aan.

Istia dagvaardde de DGA persoonlijk op drie gronden.

Drie grondslagen voor persoonlijke aansprakelijkheid

1. Betalingsonwil (verhaalsfrustratie)

De norm uit Ontvanger/Roelofsen (HR 8 december 2006) stelt dat een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan zijn als hij bewerkstelligt dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt en geen verhaal biedt. Het hof oordeelde dat hiervan sprake was: andere schuldeisers werden wel betaald, Istia bewust niet. Bovendien werden activa weggehaald bij Qlog, waardoor verhaal onmogelijk werd gemaakt — en werd Tow Invest geliquideerd vrijwel direct nadat een veroordelend vonnis was gewezen. De timing was voor het hof veelzeggend: doelbewuste verhaalsfrustratie.

2. Schending van de Beklamel-norm

De Beklamel-norm (HR 6 oktober 1989) houdt in dat een bestuurder persoonlijk aansprakelijk is als hij namens de vennootschap een verbintenis aangaat terwijl hij wist of moest begrijpen dat de vennootschap deze niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden.

Hier had de DGA namens Tow Invest een borgstelling en garantie verstrekt aan Istia — terwijl Tow Invest een lege vennootschap was zonder activa. Hij wist, of moest weten, dat de borgstelling inhoudsloos was. Door deze garantie af te geven wekte hij bij Istia de indruk dat er zekerheid bestond, terwijl die er in werkelijkheid niet was.

3. De Comsys-norm: bijzondere zorgplicht bij verlieslatende dochter

Dit is de meest in het oog springende grondslag. In het Comsys-arrest (HR 11 september 2009) erkende de Hoge Raad dat een moedervennootschap een bijzondere zorgplicht kan hebben jegens schuldeisers van een verlieslatende dochtervennootschap, wanneer de concernstructuur ertoe leidt dat die schuldeisers worden benadeeld.

Het hof stelde vast dat Qlog structureel onder de kostprijs werkte voor de groep. Alle kosten lagen bij Qlog; de inkomsten vloeiden naar de andere groepsmaatschappijen. Dat is op zichzelf niet verboden — maar het brengt wel een bijzondere zorgplicht mee: de bestuurder had ervoor moeten zorgen dat de vordering van Istia via andere middelen werd voldaan. De afgegeven borgstelling en garantie konden daarvoor dienen, maar leidden tot niets. Aan de zorgplicht was dus niet voldaan.

Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank: de DGA is persoonlijk aansprakelijk voor de schade die Istia heeft geleden.

Opvallend: een schuldeiser en minderheidsaandeelhouder wint

Wat dit arrest extra interessant maakt, is dat niet een curator (met ruime toegang tot de administratie) de procedure voerde, maar Istia zelf — als schuldeiser én minderheidsaandeelhouder. Dat maakt de drempel om te slagen aanzienlijk hoger. Toch slaagde Istia erin alle drie de grondslagen hard te maken, mede doordat de feiten breed gedocumenteerd waren via de aandeelhoudersrelatie.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Als DGA of bestuurder in concernverband:

  • Een concernstructuur waarbij een dochter structureel verlieslatend wordt gemaakt ten gunste van de moeder of zustervennootschappen is niet per definitie verboden, maar brengt een bijzondere zorgplicht mee jegens schuldeisers van die dochter.
  • Zorg dat schuldeisers van een verlieslatende dochter daadwerkelijk verhaal kunnen halen — via de borgstelling, garantie, of op andere wijze. Een lege garantie is erger dan geen garantie: zij wekt vertrouwen dat niet wordt waargemaakt.
  • De timing van liquidaties en faillissementsaanvragen is relevant: een liquidatie vlak na een veroordeling wordt gezien als doelbewuste verhaalsfrustratie.
  • Selectieve betaling (andere schuldeisers wel, specifieke schuldeiser niet) vergroot het risico op persoonlijke aansprakelijkheid aanzienlijk.

Bij concernherstructureringen en activa-verschuivingen:

  • Het overhevelen van vrachtwagens, personeel of opdrachten naar andere groepsmaatschappijen kan worden aangemerkt als verhaalsfrustratie, zeker als daardoor schuldeisers van de achterblijvende vennootschap benadeeld worden.
  • Houd bij interne prijsafspraken (transfer pricing) rekening met de belangen van schuldeisers van elke afzonderlijke groepsvennootschap.

Conclusie

Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2025 is een krachtige bevestiging dat bestuurders in concernverband niet vrijuit gaan wanneer zij schuldeisers benadelen via interne structuurkeuzes. De combinatie van verhaalsfrustratie, een inhoudloze borgstelling en een verlieslatende concernstructuur leidde tot persoonlijke aansprakelijkheid op drie afzonderlijke grondslagen. Bestuurders doen er goed aan bij het inrichten van concernstructuren altijd te beoordelen of schuldeisers van verlieslatende dochters daadwerkelijk verhaal kunnen halen — en zo niet, tijdig in te grijpen.

Uitspraak

Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:GHAMS:2025:2851, arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2025.


Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?

Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.

Neem contact op →

Gerelateerde diensten

Op zoek naar specifiek juridisch advies? Bekijk onze diensten op dit rechtsgebied.

Vragen over dit onderwerp?

Neem vrijblijvend contact met ons op voor persoonlijk advies.

Upload tot 3 relevante documenten (max. 10MB per bestand)

Door dit formulier te versturen gaat u akkoord met de privacyverklaring.

Direct contact