In het zakenleven zijn er tal van constructies mogelijk om ondernemingen te faciliteren. Een recente zaak voor de Rechtbank Overijssel belicht echter de serieuze risico’s van ‘bestuur op afstand’, ook wel bekend als de stromanschapsconstructie. Dit type bestuur kan leiden tot aanzienlijke aansprakelijkheid voor de statutair bestuurder. Laten we deze zaak en de juridische implicaties nader bekijken.
De Zaak
In deze kwestie richtte een zoon in december 2021 een B.V. op om zijn vader, die persoonlijk failliet was, te helpen. De zoon werd statutair bestuurder, maar daarna had hij geen enkele rol meer in de bedrijfsvoering; hij liet de dagelijkse leiding over aan zijn vader, die feitelijk de bestuurder was. Deze vader ging al snel verplichtingen aan, zoals leningsovereenkomsten, terwijl de B.V. zelf geen activiteiten of inkomsten genereerde.
Pas anderhalf jaar later, op 16 mei 2023, resulteerde dit in een faillissement van de B.V. De curator stelde de zoon aansprakelijk op grond van artikel 2:248 lid 1 BW voor kennelijk onbehoorlijk bestuur. De financiële schade werd vastgesteld op €657.299. Een voorschot van €374.622,95 werd toegewezen door de rechtbank.
Wat is Kennelijk Onbehoorlijk Bestuur?
Kennelijk onbehoorlijk bestuur houdt in dat een bestuurder verplichtingen aangaat die evident niet nagekomen kunnen worden, gezien de omstandigheden. In dit geval was er geen enkele activiteit of inkomen om de schulden van de B.V. te rechtvaardigen. Dit vormt een duidelijke schending van de zorgplicht die een bestuurder heeft.
Statutair vs. Feitelijk Bestuurder
In deze zaak werd de zoon als statutair bestuurder aangesproken. Belangrijk om te weten is dat zowel statutair als feitelijk bestuurders aansprakelijk kunnen worden gesteld. In dit geval heeft de zoon zich niet ingespannen om de B.V. te begeleiden, waardoor hij niet alleen zijn rol als bestuurder verwaarloosde, maar ook de ergernis opwekte dat hij nooit daadwerkelijk betrokken was bij de bedrijfsvoering.
Disculpatiegrond en Passief Bestuur
Volgens artikel 2:248 lid 3 BW is een bestuurder niet aansprakelijk indien hij kan bewijzen dat het onbehoorlijk bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest. In de rechtbank ging het verweer van de zoon echter niet op. Hij had zijn rol als bestuurder volledig genegeerd, geen toezicht gehouden en geen maatregelen getroffen, wat de schuld aan zijn handelen bevestigde.
Gevaarlijke Illusies van Bestuur op Afstand
Een veelgehoorde misvatting is dat het simpelweg op papier staan als bestuurder bescherming biedt. Deze zaak toont aan dat goede intenties (zoals het willen helpen van een failliete vader) geen juridische dekking bieden tegen aansprakelijkheid. Het ontbreken van actieve betrokkenheid of toezicht kan fataal zijn voor de bestuurder; het recht straft passief gedrag.
Wat moet een Bestuurder Wél Doen?
Om persoonlijke aansprakelijkheid te vermijden, dient een bestuurder zich actief in te zetten voor de onderneming. Dit houdt in:
- Actief toezicht houden op de dagelijkse gang van zaken,
- Financiële rapportages zorgvuldig bestuderen en begrijpen,
- Maatregelen treffen bij indicaties van financiële problemen,
- Altijd op de hoogte blijven van de operationele aspecten van de B.V.
Door deze stappen te volgen, kan een bestuurder zijn zorgplicht naleven en zichzelf beschermen tegen onterecht te maken claims.
Conclusie
Deze zaak onderstreept het belang van actieve betrokkenheid bij het bestuur van een onderneming. Een passieve rol, hoe goedbedoeld ook, kan leiden tot serieuze financiële consequenties en aansprakelijkheid. Ondernemers en hun adviseurs doen er goed aan zich bewust te zijn van deze risico’s en passende maatregelen te nemen.
Uitspraak
Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:RBOVE:2025:5628.
Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?
Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →