Terug naar blogOndernemingsrecht

Jaarrekening niet gedeponeerd? U bent als bestuurder aansprakelijk voor het volledige faillissementstekort

Mr. Vincent Besters1 juli 2026
Jaarrekening niet gedeponeerd? U bent als bestuurder aansprakelijk voor het volledige faillissementstekort

De deponeringsplicht: een formaliteit die u als bestuurder duur kan komen te staan

Veel bestuurders beschouwen de jaarlijkse deponering van de jaarrekening als een administratieve formaliteit. Een vergissing. De Rechtbank Noord-Holland maakte op 27 november 2024 opnieuw duidelijk dat het niet (tijdig) deponeren van de jaarrekening een verwoestend juridisch gevolg heeft: de bestuurder is van rechtswege aansprakelijk voor het volledige tekort in het faillissement — zonder dat de curator hoeft aan te tonen dat het faillissement daardoor is veroorzaakt.

In deze zaak liep het tekort op tot honderdduizenden euro's. De bestuurder werd veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 500.000, te verminderen met de bedragen die gelieerde vennootschappen nog aan de failliete boedels verschuldigd waren.

Wat speelde er?

Binnen de Bauporte-groep — een concern actief in de vervaardiging en het onderhoud van tourniquet-, schuif- en taatsdeuren — functioneerden twee bv's als personeelsvennootschappen: BMF Install. 1 B.V. (Install) en BMF Man. B.V. (Man). Beide vennootschappen zijn in maart 2023 failliet verklaard.

De bestuurder was de enige uiteindelijke bestuurder van alle rechtspersonen binnen het concern. De problemen waren structureel:

  • Install en Man zijn opgericht op 11 februari 2021 en waren vanaf dag één in gebreke met de afdracht van loonheffingen en andere fiscale verplichtingen. De gezamenlijke belastingschuld liep op tot circa € 600.000.
  • De jaarrekeningen over 2021 zijn niet (tijdig) gedeponeerd. De jaarrekeningen over 2022 werden pas ingediend nadat de curator al een dagvaarding had uitgebracht — dus vlak vóór de rechtszitting.
  • Install sloot een huurovereenkomst voor vijf jaar maar betaalde slechts één maand huur. De verhuurder bleef achter met een onbetaalde vordering van bijna € 100.000.
  • De werknemers werden vlak voor het faillissement overgeheveld naar twee nieuw opgerichte vennootschappen (BG Staff B.V. en BG Facility B.V.) — die ook direct nalatig waren met loonbelastingafdrachten.

Dit was niet de eerste keer: eerder was al een voorganger (BFM B.V.) failliet gegaan met een belastingschuld van circa € 1 miljoen, gevolgd door Industries B.V. met een vergelijkbare schuld. De bestuurder had in verband met BFM een schikking getroffen van € 300.000 maar had dat bedrag ook nooit volledig betaald.

Het wettelijk vermoeden van art. 2:248 BW

Art. 2:248 lid 2 BW bepaalt dat als de jaarrekening niet tijdig is gedeponeerd, wordt vermoed dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld én dat dit kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

Dit is een dubbel wettelijk vermoeden:

  1. Kennelijk onbehoorlijk bestuur staat vast zodra de deponeringsplicht is geschonden.
  2. Causaal verband tussen dat onbehoorlijk bestuur en het faillissement wordt eveneens vermoed.

De bestuurder kan dit vermoeden alleen weerleggen door concreet en overtuigend aan te tonen dat andere factoren de werkelijke, doorslaggevende oorzaak van het faillissement waren. Dat is een zware bewijslast.

Het verweer: corona, Oekraïne en Dubai

De bestuurder probeerde het wettelijk vermoeden te weerleggen met een beroep op externe omstandigheden:

  • De coronapandemie zou de activiteiten hebben verstoord.
  • De oorlog in Oekraïne zou de marktomstandigheden hebben verslechterd.
  • Een mislukte grote opdracht in Dubai — waarbij de bestuurder zelfs kortstondig in hechtenis werd genomen — zou de ondergang hebben veroorzaakt.

De rechtbank was niet overtuigd. De bestuurder had geen concrete cijfers overgelegd waaruit bleek dat deze factoren daadwerkelijk de doorslaggevende oorzaak van de faillissementen waren. Hij had niet toegelicht hoe en in welke mate deze omstandigheden de specifieke vennootschappen hadden geraakt.

Bovendien: de vennootschappen waren van meet af aan nalatig geweest met fiscale verplichtingen — nog vóórdat de Oekraïne-crisis of de Dubai-perikelen speelden. De rechtbank zag een structureel patroon van het laten oplopen van fiscale schulden binnen het concern, dat eerder ook al tot twee faillissementen had geleid.

Matiging? Nee.

De bestuurder verzocht de rechtbank de aansprakelijkheid te matigen. Art. 2:248 lid 4 BW geeft de rechter die bevoegdheid als aansprakelijkheid voor het gehele tekort onredelijk voorkomt. De rechtbank wees dit verzoek af. Gelet op het structurele karakter van de tekortkomingen en de omvang van de schade aan crediteuren was volledige aansprakelijkheid niet onredelijk.

Gelieerde vennootschappen moeten ook betalen

Naast de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder veroordeelde de rechtbank ook twee gelieerde vennootschappen — Design Entrances en Maintenance — tot betaling van vorderingen van circa € 300.000 aan de failliete boedels, in verband met het gebruik van het personeel van de failliete vennootschappen waarvoor nooit was betaald. Deze bedragen werden afgetrokken van de te betalen voorschotten.

Wat betekent dit voor u als bestuurder?

De deponeringsplicht is geen formaliteit. Deponeer de jaarrekening altijd uiterlijk 13 maanden na afloop van het boekjaar (voor kleine bv's). Te late deponering — ook van één dag — activeert het wettelijk vermoeden van art. 2:248 BW.

Weerleggen is buitengewoon moeilijk. Om het wettelijk vermoeden te weerleggen, moet u met concrete, kwantitatief onderbouwde documentatie aantonen dat externe factoren de échte oorzaak van het faillissement waren. Vage verwijzingen naar corona of geopolitieke ontwikkelingen volstaan niet.

Structureel nalaten van fiscale verplichtingen is een ernstig signaal. Loonheffingen, BTW en vennootschapsbelasting moeten worden afgedragen. Doet u dat structureel niet, dan bouwt u een patroon op dat de rechter meeweegt bij de beoordeling van uw taakvervulling als bestuurder.

Personeel overhevelen naar een nieuwe bv lost niets op. Wie werknemers vlak voor een faillissement onderbrengt in een nieuwe vennootschap die vervolgens ook nalatig is met belastingafdrachten, creëert nieuwe aansprakelijkheidsrisico's — voor zichzelf én voor de nieuwe entiteit.

Wacht niet te lang met ingrijpen. Als uw vennootschap structureel verlies lijdt en schulden oploopt die zij niet kan betalen, overweeg dan tijdig professioneel advies in te winnen over herstructurering, surseance of een gecontroleerd faillissement. Hoe later u ingrijpt, hoe groter de schade en hoe moeilijker het weerleggen van het wettelijk vermoeden.

Conclusie

Deze uitspraak bevestigt een vaste lijn in de jurisprudentie: de schending van de deponeringsplicht is een van de meest effectieve wapens in het arsenaal van de curator. Zodra vaststaat dat de jaarrekening niet tijdig is gedeponeerd, is de bestuurder in beginsel aansprakelijk voor het gehele faillissementstekort. Alleen met uitgebreide, concrete en goed onderbouwde documentatie kan dat vermoeden worden weerlegd. In de praktijk slagen maar weinig bestuurders daarin.

De boodschap is eenvoudig: deponeer uw jaarrekening op tijd, houd uw administratie op orde, en draag uw fiscale verplichtingen na. De gevolgen van nalaten kunnen uw persoonlijk vermogen volledig uitputten.

Uitspraak

Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:RBNHO:2024:12289, vonnis van de Rechtbank Noord-Holland van 27 november 2024.


Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?

Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.

Neem contact op →

Gerelateerde diensten

Op zoek naar specifiek juridisch advies? Bekijk onze diensten op dit rechtsgebied.

Vragen over dit onderwerp?

Neem vrijblijvend contact met ons op voor persoonlijk advies.

Upload tot 3 relevante documenten (max. 10MB per bestand)

Door dit formulier te versturen gaat u akkoord met de privacyverklaring.

Direct contact