Mr. Vincent Besters stond de belanghebbenden succesvol bij in een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer
Op 1 maart 2018 deed de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam uitspraak in een enquêteprocedure waarbij mr. V.M. Besters optrad als advocaat van de belanghebbenden — twee van de drie aandeelhouders en bestuurders van Trinity Investment Group B.V. en Opwerk Uitzendbureau B.V. Het verzoek van de derde aandeelhouder om een enquête te bevelen werd afgewezen.
Waar ging de zaak over?
Trinity Investment Group B.V. was in 2014 opgericht door drie aandeelhouders (ieder 33,3%), elk via hun persoonlijke holding. Trinity was enig bestuurder van Opwerk Uitzendbureau B.V., dat zich bezighield met het plaatsen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij bedrijven in Den Haag.
De samenwerking liep in 2017 ernstig spaak. Een van de drie aandeelhouders ([A]) diende bij de Ondernemingskamer een verzoekschrift in om:
- Een onderzoek (enquête) te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Trinity en Opwerk;
- Bij wijze van onmiddellijke voorziening de andere twee bestuurders te schorsen en een derde te benoemen.
[A] verweet de andere twee aandeelhouders (de cliënten van mr. Besters) onder meer:
- Het wegsluizen van bedrijfsmiddelen (inventaris, boekhouding) en het onttrekken van klantrelaties;
- Het oprichten van een concurrerende vennootschap (Vandaag Talent B.V.) tijdens de ontvlechtingsgesprekken;
- Het buiten [A] houden van besluitvorming over een gemeentelijke samenwerking (project SIB);
- Het opzeggen van haar managementovereenkomst.
De belanghebbenden ([B] c.s.), bijgestaan door mr. Besters, wierpen op dat [A] zelf onregelmatigheden had begaan (privé-onttrekkingen van ca. €12.700 van de bedrijfsrekening) en dat de ontvlechtingsgesprekken juist in goed overleg verliepen.
Wat oordeelde de Ondernemingskamer?
De OK wees het enquêteverzoek af:
- Geen gegronde redenen voor twijfel. Hoewel de verhoudingen tussen de aandeelhouders ernstig waren verstoord, oordeelde de OK dat de gedragingen van [B] c.s. — hoe vervelend ook voor [A] — niet leidden tot gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid van Trinity en Opwerk.
- Bestuursbeslissingen waren geldig. Het meerderheidsbesluit om de managementovereenkomst van [A] op te zeggen was genomen door bevoegde bestuurders en kon de enquêtetoets niet rechtvaardigen.
- Oprichting van concurrerende vennootschap. De OK nam de oprichting van Vandaag Talent mee in haar beoordeling maar vond dit onvoldoende voor een enquête.
- Verzoek tot onmiddellijke voorzieningen eveneens afgewezen. Nu er geen enquête werd bevolen, was er ook geen grond voor de gevraagde schorsing van de andere bestuurders.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Deze uitspraak bevat waardevolle lessen voor aandeelhouders in besloten vennootschappen:
- Een conflict tussen aandeelhouders rechtvaardigt op zichzelf geen enquête. De Ondernemingskamer beveelt alleen een onderzoek als er concrete aanwijzingen zijn dat het beleid van de vennootschap zelf deugt niet — niet louter omdat aandeelhouders ruzie hebben.
- De enquêtedrempel is hoog. Verstoorde verhoudingen, onenigheid over strategie of een vechtscheiding tussen aandeelhouders zijn niet genoeg voor een gegronde twijfel in de zin van art. 2:350 BW.
- Minderheidsaandeelhouders moeten tijdig handelen. Wie vermoedt dat medeaandeelhouders de vennootschap uithollen of klanten wegsluizen, doet er goed aan snel juridisch advies in te winnen en zo nodig spoedeisende voorzieningen te vragen.
- Besluiten over managementovereenkomsten. Het opzeggen van een managementovereenkomst door een meerderheidsbesluit van bestuurders-aandeelhouders is een krachtig maar gevoelig instrument dat tot juridische strijd kan leiden.
Uitspraak
Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:GHAMS:2018:725.
Mr. V.M. Besters trad in deze zaak op als advocaat van de belanghebbenden ([B] c.s.).
Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?
Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →