Grote wederpartijen en algemene voorwaarden: wanneer vervalt het recht op vernietiging?
Elke ondernemer die werkt met algemene voorwaarden weet: die voorwaarden zijn vernietigbaar als ze niet correct ter hand zijn gesteld. Maar geldt dat ook als de wederpartij een grote, professionele vennootschap is? De Hoge Raad gaf op 20 mei 2022 (ECLI:NL:HR:2022:719) een belangwekkend antwoord in een zaak die draaide om een silobrand, houtpellets en een aansprakelijkheidsbeperking van ruim €22.000.
De feiten: silobrand met miljoenen aan schade
Peterson Agricare & Bulk Logistics B.V. (Peterson ABL) had een grote hoeveelheid houtpellets — eigendom van energiebedrijf Essent — in bewaring gegeven aan European Bulk Services B.V. (EBS). Op de bewaarnemingsovereenkomst waren de algemene voorwaarden van EBS van toepassing, met daarin een aansprakelijkheidsbeperking van slechts €22.689,01 per opdracht.
Op 7 maart 2004 brak brand uit in de silo door broei (zelfontbranding) in de houtpellets. Alle pellets gingen verloren, de silo liep ernstige schade op. De over en weer ingestelde schadevergoedingsvorderingen leidden tot een procedure die uiteindelijk bij de Hoge Raad belandde.
Peterson ABL voerde aan dat de algemene voorwaarden van EBS vernietigbaar waren omdat zij niet correct ter hand waren gesteld (art. 6:233 lid 1 sub b jo. 6:234 BW). De vraag: kon Peterson ABL — als grote vennootschap — dat beroep doen?
De wettelijke regeling: art. 6:235 lid 1 BW
De wet beschermt kleine, onervaren partijen tegen oneerlijke algemene voorwaarden. Maar voor grote wederpartijen geldt een uitzondering. Op grond van art. 6:235 lid 1 BW kunnen bepaalde rechtspersonen géén beroep doen op de vernietigbaarheid van algemene voorwaarden wegens het niet (correct) ter hand stellen. Dit geldt voor rechtspersonen die:
- ten tijde van het sluiten van de overeenkomst hun jaarrekening openbaar hebben gemaakt (art. 2:360 BW); of
- ten aanzien waarvan art. 2:403 lid 1 BW is toegepast (de zogenoemde 403-verklaring, waarbij een groepsmaatschappij een beperkte jaarrekening mag publiceren omdat de moeder een geconsolideerde jaarrekening publiceert).
De gedachte achter deze uitzondering: grote vennootschappen zijn professioneel genoeg om zelf om de voorwaarden te vragen en die te beoordelen. Zij hebben de bescherming van de ter-hand-stellingsregels niet nodig.
De kernvraag: geldt de 403-verklaring ook als niet aan alle voorwaarden is voldaan?
Peterson ABL betoogde dat art. 2:403 lid 1 BW niet correct was toegepast op haar jaarrekening — er zouden niet aan alle formele vereisten van dat artikel zijn voldaan. En dus, zo redeneerde Peterson ABL, zou zij géén ‘grote wederpartij’ zijn in de zin van art. 6:235 lid 1 BW en wél een beroep kunnen doen op de vernietigbaarheid.
De Hoge Raad verwierp dit betoog. Het antwoord is helder:
Voor toepassing van art. 6:235 lid 1 BW is voldoende dat art. 2:403 lid 1 BW is ‘toegepast’ bij de inrichting van de jaarrekening, ook als achteraf blijkt dat niet aan alle formele vereisten van dat artikel was voldaan.
De vraag of de 403-verklaring juridisch waterdicht was, is voor art. 6:235 lid 1 BW dus niet relevant. Als een vennootschap feitelijk gebruik heeft gemaakt van de 403-regeling — hoe ook — geldt zij als grote wederpartij en kan zij de algemene voorwaarden niet vernietigen op grond van gebrekkige terhandstelling.
Overige oordelen: bewaarneming en eigen schuld
Naast de kwestie van de algemene voorwaarden bevatte het arrest ook belangrijke oordelen over:
Risicoaansprakelijkheid bewaargever (art. 7:601 lid 3 BW)
De Hoge Raad bevestigde dat Peterson ABL als bewaargever aansprakelijk was voor de schade van EBS. Het gevaar van broei is inherent aan de opslag van biomassa; dit risico behoort tot de risicosfeer van de bewaargever. Dat EBS zelf ook tekort was geschoten (door geen temperatuurmetingen te verrichten) bevrijdde Peterson ABL niet volledig van haar aansprakelijkheid.
Eigen schuld EBS (art. 6:101 BW)
EBS had nagelaten om — op grond van haar vergunning — regelmatige temperatuurmetingen te verrichten in de silo’s. Dit werd haar aangerekend als eigen schuld: de rechter nam een verdeling van 2/3 (Peterson ABL) versus 1/3 (eigen schuld EBS) aan, wat uiteindelijk via cassatie leidde tot aanpassing van de precieze schadevergoedingsverdeling.
Wat betekent dit voor de praktijk?
1. Controleer of uw wederpartij een ‘grote’ vennootschap is
Voordat u een beroep doet op gebrekkige terhandstelling van algemene voorwaarden, controleert u of uw wederpartij valt onder art. 6:235 lid 1 BW. Heeft zij haar jaarrekening gepubliceerd, of is de 403-regeling toegepast? Dan heeft u als gebruiker van de voorwaarden extra bescherming: de wederpartij kan de voorwaarden niet vernietigen op formele gronden.
2. Feitelijk gebruik van 403-regeling is genoeg
Als uw wederpartij feitelijk gebruik heeft gemaakt van de 403-vrijstelling — ook al zou die vrijstelling achteraf niet volledig kloppen — geldt zij als grote wederpartij. U hoeft als gebruiker van algemene voorwaarden niet na te gaan of alle formele vereisten van art. 2:403 lid 1 BW correct zijn nageleefd.
3. Terhandstelling blijft belangrijk voor kleine wederpartijen
De bescherming van art. 6:235 lid 1 BW geldt niet voor kleine vennootschappen, eenmanszaken of partijen die niet verplicht zijn tot publicatie van een jaarrekening. Voor die groep blijft correcte terhandstelling — bij voorkeur schriftelijk of digitaal aantoonbaar — essentieel.
4. Bewaarneming van gevaarlijke stoffen: wees alert op risicoaansprakelijkheid
Wie goederen met inherente gevaren (zoals biomassa) in bewaring geeft, kan op grond van art. 7:601 lid 3 BW aansprakelijk zijn voor schade bij de bewaarnemer — ook zonder eigen schuld. Zorg voor adequate verzekeringsdekking en maak duidelijke afspraken over het risicobeheer.
5. Eigen schuld kan aansprakelijkheid verzachten
De eigen schuld-regeling van art. 6:101 BW kan ook in bewaarnemingszaken een rol spelen. Een bewaarnemer die zelf toerekenbaar tekortschiet in zijn zorgplicht (zoals het verrichten van temperatuurmetingen) loopt het risico dat zijn schade slechts gedeeltelijk wordt vergoed.
Conclusie
Het arrest van de Hoge Raad van 20 mei 2022 verduidelijkt de reikwijdte van art. 6:235 lid 1 BW: ook als de 403-verklaring achteraf niet volledig aan alle formele vereisten voldeed, geldt de vennootschap als ‘grote wederpartij’ die geen beroep kan doen op vernietigbaarheid van algemene voorwaarden wegens gebrekkige terhandstelling. Voor ondernemers die werken met algemene voorwaarden is dit goed nieuws: de bescherming van de ter-hand-stellingsregels bereikt grote professionele wederpartijen niet. Voor kleine(re) wederpartijen geldt die bescherming onverminderd.
Uitspraak
Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:HR:2022:719, arrest van de Hoge Raad van 20 mei 2022.
Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?
Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →