Mr. Vincent Besters stond een ondernemer bij in een complexe aandeelhoudersgeschil over de doorwerking van een aandeelhoudersovereenkomst na herstructurering
In april 2023 deed de Rechtbank Den Haag tussenvonnis in een bodemzaak waarbij mr. V.M. Besters optrad als advocaat van eiseres: de persoonlijke houdstervennootschap van een ondernemer die deel uitmaakte van een groep van drie aandeelhouders in een concern actief in funderingsexpertise, risicomanagement en technische dienstverlening.
Waar ging de zaak over?
In 2002 hadden de drie aandeelhouders een zogeheten 'aanvullende overeenkomst' gesloten. Daarin was onder meer een aanbiedingsplicht opgenomen: als een aandeelhouder uit dienst trad of werd ontslagen, was hij verplicht zijn aandelen aan te bieden aan de overige aandeelhouders, tegen een prijs van twee maal de bruto jaarwinst.
Eind 2019 verliet één van de drie aandeelhouders het concern. Tegelijkertijd voerde de ondernemer — op advies van zijn fiscaal adviseur — een herstructurering door. De gezamenlijke houdstervennootschap werd omgebouwd tot persoonlijke holding van de ondernemer, en er werd een nieuwe houdstervennootschap (Ifcon Beheer B.V.) opgericht waarin de werkmaatschappijen werden ondergebracht.
Na de herstructurering verslechterde de relatie tussen de twee overgebleven aandeelhouders. De ondernemer ging parttime werken, trad terug als bestuurder, en verliet uiteindelijk het concern. De andere aandeelhouder stelde dat de ondernemer op grond van de aanvullende overeenkomst verplicht was zijn aandelen aan te bieden.
De ondernemer betwistte dit: hij voerde aan dat de aanbiedingsplicht alleen gold voor de oude vennootschapsstructuur en niet automatisch was meeövergegaan naar de nieuwe structuur na de herstructurering.
Wat oordeelde de rechter?
De Rechtbank Den Haag volgde dit verweer niet. Op grond van de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) oordeelde de rechtbank dat de aanvullende overeenkomst óók van kracht was in de nieuwe structuur:
- De herstructurering was opgezet in goed onderling overleg en had uitsluitend fiscale motieven, niet de intentie om de aanbiedingsplicht buiten werking te stellen.
- De onderlinge verhoudingen en het karakter van de samenwerking waren inhoudelijk niet veranderd.
- Het laten vervallen van de aanbiedingsplicht puur op basis van een structuurwijziging zou in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank wees in dit tussenvonnis dan ook de stelling van de ondernemer af en oordeelde dat de aanbiedingsplicht ook na de herstructurering doorwerkte.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Deze uitspraak bevat een belangrijke les voor iedere ondernemer die betrokken is bij een herstructurering van zijn vennootschapsstructuur:
- Herstructurering heft bestaande afspraken niet automatisch op. Ook na een ingrijpende reorganisatie van de vennootschapsstructuur kunnen eerdere overeenkomsten hun werking behouden op grond van redelijkheid en billijkheid.
- Leg uitdrukkelijk vast wat er met bestaande overeenkomsten gebeurt. Wil je bij een herstructurering dat bepaalde afspraken niet meer gelden, zorg dan voor expliciete schriftelijke vastlegging.
- De intentie telt. Als een herstructurering fiscaal gemotiveerd is en partijen de onderlinge samenwerking ongewijzigd voortzetten, zal de rechter snel aannemen dat ook de bestaande afspraken ongewijzigd doorlopen.
Uitspraak
Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:RBDHA:2023:5380.
Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?
Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →