Mr. Vincent Besters stond een advocatenkantoor bij in een procedure over onbetaalde declaraties ten laste van een nalatenschap
In maart 2023 deed de Rechtbank Amsterdam tussenvonnis in een bodemprocedure waarbij mr. V.M. Besters optrad als advocaat van het eisende advocatenkantoor. Het kantoor had jarenlang werkzaamheden verricht voor een cliënt die hangende de echtscheidingsprocedure overleed, met achterlating van onbetaalde declaraties. De vraag was: kunnen deze declaraties worden verhaald op de erfgenamen via de nalatenschap?
Waar ging de zaak over?
Het advocatenkantoor had vanaf september 2014 een ondernemer bijgestaan in diverse procedures rondom zijn scheiding van zijn ex-partner. Omdat de cliënt de rekeningen niet meer volledig kon betalen, was een betalingsregeling getroffen: maandelijks €300 met betaling van het restant “aan het einde van de zaak”.
In december 2016 overleed de cliënt, hangende het hoger beroep in de echtscheidingsprocedure. Hij liet geen testament na. Zijn ex-partner en drie kinderen aanvaardden de nalatenschap beneficiair.
Ten tijde van het overlijden stond nog €23.668,79 aan declaraties open. Het advocatenkantoor vorderde betaling van dit bedrag — plus rente en kosten — uit de nalatenschap.
Het verweer van de erfgenamen
De erfgenamen voerden meerdere verweren:
- Het zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn om de vordering uit de nalatenschap te voldoen, omdat de werkzaamheden waren verricht in procedures die waren gevoerd tégen de ex-partner, die nu zelf erfgenaam was. Zij zou zo de kosten van haar eigen wederpartij moeten dragen.
- Het kantoor had geweten van de psychische problemen van de cliënt en had misbruik gemaakt van zijn situatie.
- Door de betalingsregeling had het kantoor zelf het risico aanvaard dat declaraties onbetaald zouden blijven.
Wat oordeelde de rechter?
De rechtbank volgde de erfgenamen niet in hun beroep op de redelijkheid en billijkheid:
- Een schuld van de erflater is in beginsel een schuld van de nalatenschap, ook als de werkzaamheden nadelig waren voor een van de erfgenamen.
- Er was geen grond om aan te nemen dat het kantoor zijn zorgplicht had geschonden of misbruik had gemaakt van de situatie: de cliënt stond niet onder curatele en had zijn handelingsbekwaamheid behouden.
- De betalingsregeling stelde de betaling uit, maar deed de vordering zelf niet teniet.
De rechtbank beval het advocatenkantoor om urenspecificaties over te leggen (op grond van art. 22 Rv), zodat de hoogte van de vordering nader kon worden gecontroleerd. De verdere beoordeling werd aangehouden.
Wat betekent dit voor advocaten en ondernemers?
Deze uitspraak is relevant voor iedereen die te maken krijgt met openstaande vorderingen op een overledene:
- Schulden van de erflater zijn schulden van de nalatenschap. Ook als erfgenamen menen dat de vordering ‘onredelijk’ is, volstaat dat doorgaans niet als verweer.
- Een betalingsregeling doet de vordering niet vervallen. Uitstel van betaling is iets anders dan kwijtschelding.
- Beneficiaire aanvaarding beperkt de aansprakelijkheid van erfgenamen, maar schrapt de schuld niet: de vordering moet alsnog worden voldaan uit de boedel, voor zover die toereikend is.
- Advocaten moeten hun declaraties kunnen onderbouwen. Urenspecificaties zijn cruciaal bij betwisting van de hoogte van de vordering.
Uitspraak
Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:RBAMS:2023:1453.
Mr. V.M. Besters trad in deze zaak op als advocaat van de eisende partij.
Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?
Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →