Mr. Vincent Besters stond Royal Coffee & Tea Innovations B.V. bij in een geschil over een variabele managementvergoeding
In november 2021 deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak in een hoger beroepszaak over de uitvoering van een managementovereenkomst. Mr. V.M. Besters trad op als advocaat van Royal Coffee & Tea Innovations B.V. (RCTI), een Alkmaarse onderneming die thee- en koffiesticks produceert en verkoopt. De wederpartij Venezia Trading B.V. vorderde betaling van een variabele managementvergoeding op basis van de behaalde jaarresultaten.
Waar ging de zaak over?
Op 31 december 2013 sloten RCTI, San Marco Commerce B.V. (aandeelhouder van Venezia) en Venezia een driepartijenovereenkomst. San Marco verstrekte een lening van € 50.000,- aan RCTI. Als onderdeel van die constructie nam Venezia honderd aandelen in het kapitaal van RCTI — en werd een managementovereenkomst gesloten.
Die overeenkomst kende Venezia een variabele managementvergoeding toe van 10% van het netto jaarresultaat na belasting, met een maximum van € 10.000,- per jaar. De overeenkomst liep zolang Venezia aandeelhouder was van RCTI.
Nadat RCTI de lening had afgelost en Venezia haar aandelen had overgedragen (maart 2019), vorderde Venezia betaling van de opgelopen managementvergoeding over de jaren 2014 tot en met 2017. In eerste aanleg werd de vordering afgewezen omdat de kantonrechter oordeelde dat partijen geen overeenstemming hadden bereikt over een afkoopsom. In hoger beroep wijzigde Venezia haar eis: zij vorderde nu nakoming van de oorspronkelijke managementovereenkomst voor een bedrag van € 15.111,60 exclusief btw.
De verweren van RCTI (mr. Besters)
Mr. Besters voerde namens RCTI meerdere verweren aan:
- Nietigheid wegens fiduciaverbod (art. 3:84 lid 3 BW). RCTI betoogde dat de aandelenoverdracht en de daarmee samenhangende managementovereenkomst in strijd waren met het fiduciaverbod.
- Afstand van recht. RCTI stelde dat Venezia afstand had gedaan van haar aanspraak op de variabele vergoeding, althans dat partijen een afwijkende afkoopafspraak hadden gemaakt.
- Jaarrekeningen geven geen representatief beeld. RCTI betwistte dat de in de gedeponeerde jaarrekeningen opgenomen cijfers de daadwerkelijk behaalde resultaten weerspiegelden, en dus de grondslag voor de vergoeding vormden.
- Ambtshalve maximering. De vergoeding diende te worden gemaximeerd conform het contractuele maximum van € 10.000,- per jaar.
Wat oordeelde het hof?
Het hof wees de primaire vordering van Venezia grotendeels toe, zij het met toepassing van het contractuele maximum:
- Geen nietigheid wegens fiduciaverbod. De managementovereenkomst was niet de titel voor de aandelenoverdracht; art. 3:84 lid 3 BW miste dus toepassing op de overeenkomst zelf.
- Geen afstand van recht. Uit de (betwiste) notulen van de aandeelhoudersvergadering bleek niet ondubbelzinnig dat Venezia afstand had gedaan van haar rechten uit de managementovereenkomst.
- Jaarrekeningen zijn bindend uitgangspunt. Het hof oordeelde dat de in de gedeponeerde jaarrekeningen opgenomen cijfers als grondslag dienden voor de berekening van de variabele vergoeding. Het verweer dat die cijfers geen representatief beeld gaven, komt voor rekening en risico van de vennootschap die de jaarrekeningen heeft doen opstellen en deponeren.
- Ambtshalve toepassing van het maximum. Het hof paste het overeengekomen maximum van € 10.000,- per jaar ambtshalve toe, waardoor het uiteindelijk toe te wijzen bedrag lager uitviel dan de primaire vordering.
Wat betekent dit voor ondernemers?
- Managementovereenkomsten met variabele vergoedingen zijn afdwingbaar. Ook als de relatie eindigt zonder dat expliciet is afgerekend, blijft de aanspraak op de variabele vergoeding in principe bestaan.
- Gedeponeerde jaarrekeningen binden u. De cijfers in uw bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekening kunnen door de rechter als bindend bewijs worden gebruikt — ook als u achteraf vindt dat die cijfers geen goed beeld geven.
- Afstand van recht moet ondubbelzinnig blijken. Notulen van een aandeelhoudersvergadering zijn geen bewijs van afstand van recht als de bewoordingen meerdere interpretaties toelaten of als er twee versies van de notulen bestaan.
- Controleer altijd de contractuele maxima. Een maximum in een managementovereenkomst wordt door de rechter zonodig ambtshalve toegepast, ook als geen van de partijen er expliciet een beroep op doet.
Uitspraak
Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:GHAMS:2021:3592.
Heeft u juridische vragen naar aanleiding van deze uitspraak?
Mr. Vincent Besters helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste gesprek.
Neem contact op →